'Vrede, muziek, cultuur, menselijkheid, politiek: schrap wat niet past'
In dit artikel:
Giovanni Chiaverini reageert kritisch op de beslissing van de EBU om Israël toe te laten tot de volgende editie van het Eurovisiesongfestival en legt uit waarom dat volgens hem de contest uit balans brengt. Hij stelt dat de EBU zich profileren als apolitiek niet overtuigt: de organisatie is historisch juist opgericht om omroepen te weren die te veel door politiek gestuurd werden, maar in de praktijk is volledige onpartijdigheid vrijwel onmogelijk omdat nationale omroepen en besturen vaak politieke banden hebben.
Chiaverini ziet parallellen met de situatie rond Oekraïne in 2022: sympathie en geopolitieke steun kunnen stemmen schelen en de muziekwedstrijd vervormen. Waar Eurovision ooit diende als balsem na oorlog en als podium voor gelijkwaardigheid tussen artiesten, verandert de toelating van een land dat betrokken is bij ernstige internationale beschuldigingen volgens hem die dynamiek. Hij vreest dat aanwezigheid van Israël — en de steun die sommige Europese publieke omroepen daaraan blijken te geven — ervoor zorgt dat stemmen meer vanuit politieke sympathie worden gegeven dan op muzikaal of cultureel merites.
De auteur maakt duidelijk onderscheid tussen het optreden van Oekraïne destijds (Kalush Orchestra) en de huidige situatie: hij beschouwt Oekraïne niet als lobbyend of misbruikmakend, terwijl hij zegt dat de Israëlische deelname onontkoombaar geopolitieke lading meebrengt. Ook verwijst hij naar de recente aanslag van 7 oktober en de civiele slachtoffers in Gaza; die realiteit maakt de kwestie voor hem extra beladen en ondermijnt volgens hem de culturele neutraliteit van het festival.
Chiaverini prijst enkele maatregelen — zoals beperkingen op overheidscampagnes en stemlimieten — maar vindt ze onvoldoende. Hij bekritiseert EBU-directeur Martin Green en het bestuur omdat zij te veel hameren op "eenheid" en te weinig oog hebben voor de impact van politieke context op de wedstrijd. Hij vermoedt dat een jurybeslissing Israël kan bevoordelen terwijl televoting wellicht anders zou uitpakken.
Persoonlijk blijft hij van de muziek genieten en verwacht hij toch mee te leven met de voorrondes en kaartverkoop, maar hij voelt ook een innerlijk ongemak: de beslissing van de EBU heeft naar zijn oordeel de betekenis van vroegere, memorabele Eurovisiesongs uitgehold doordat politieke factoren nu zwaarder lijken te wegen dan cultuur en creativiteit.